ISBN: 978-94-91411-03-8
NUR: 728
Prijs: € 24,99
Uitvoering: gebonden
Formaat: 125 x 200 mm
Omvang: 224 pagina’s
Oorspronkelijke titel: Ordinary freedom
Vertaling: Prema van Harte
Dit boek gaat over Vrijheid. Niet over een speciale staat of toestand die ‘Vrijheid’ heet, een of ander idee of begrip om in te geloven, maar over de herkenning en realisatie van onze wezenlijke aard.
Wanneer we in het nu zijn en ons bewust worden van wat ons bestaan echt inhoudt, ontdekken we volgens Jon Bernie dat Vrijheid volkomen gewoon is. Alledaags, maar ontzagwekkend. Verlichting is in essentie eenvoudig ‘hier zijn’. Het is niet de gedachte ‘hier zijn’, of iets dat je jezelf wijsmaakt: ‘Ik ben hier.’ Er is geen denker of verteller. Er is niet iemand die hier is.
Je kunt gewoon letten op je onmiddellijke ervaring van dit moment. Die hoef je niet te begrijpen, of er iets over te geloven. Bepaal je gewoon tot wat is, zoals het is. En naarmate je ervaring steeds eenvoudiger wordt, laat je ook dat verhaal vallen, het verhaal dat het eenvoudig is. Je maakt een vrije val in openheid, in leegte.
De herkenning en realisatie van onze wezenlijke aard is, aldus Jon Bernie, voor velen een geleidelijke overgang. De uitdaging voor onze generatie is om erachter te komen hoe we deze transformatie kunnen bevorderen terwijl we midden in het gewone leven staan.
‘Deze prachtige collectie van Jons lessen is een juiste weergave van zijn vermogen ons opnieuw te wijzen op onze ingeboren vrijheid. Wat Jons onderricht echter zo krachtig en relevant maakt, is dat geen enkel onderdeel van de menselijke ervaring ontkend wordt.’
Adyashanti in het voorwoord
Uit het boek:
Wanneer we ons openstellen voor het heilige, worden we één met het mysterie. Het heilige heeft niets te maken met ons geloof – idee en geloof verduisteren het alleen maar. De uiteindelijke vraag is dus, hoe worden we bevrijd van ons geloof wat we zijn, of dit geloof nu positief of negatief is?
Zelfs de vraag hoe we bevrijd worden is misleidend – die veronderstelt dat we niet vrij zijn. Daardoor wordt dan een proces van worden in gang gezet, alsof we op de een of andere manier door een bepaalde inspanning een toestand van vrijheid kunnen bereiken. Maar is dat echt mogelijk? Hoe kunnen we vrij worden als we al vrij zijn?
In een van zijn toespraken zei Boeddha zoiets als: ‘Wie gaat de knoop ontwarren?’ Maar misschien hoeft de knoop niet ontward te worden. Wanneer we één zijn met het mysterie, ontspannen we ons in niet-weten. Dan kan de knoop gewoon zijn wat hij is, nietwaar? Angst, verwarring, twijfel, strijd: alles!
Dus misschien is het enige dat echt nodig is het erkennen van de worsteling, je openstellen voor het gevecht met wat is. Het niet benoemen, niet uitzoeken wat het is, het niet in een hokje plaatsen; je er niet mee verbinden of er iets aan doen; maar het alleen maar totaal, volledig toelaten, zonder er iets over te weten. Dan kan het hart zich openen voor het mysterie. Dat is alles.
Elk moment openbaart de waarheid zich. Zelfs in de worsteling en de verknooptheid is de waarheid daar. Kunnen we even stilhouden, en haar laten zijn wat ze is? Dat is het eigenlijk; dat is alles. En als we bewust worden en gaan zien wat we werkelijk zijn, zien we dat dit haar aard is – totaal toelaten, alles totaal omvatten. Zo eenvoudig is het. Het is eigenlijk niet veel meer dan je ontspannen, helemaal stilhouden, en zijn. Niet proberen vast te houden aan een toestand van gelukzaligheid – vasthouden werkt niet! Alles wat er is mag er zijn, zelfs als het droefheid of bezorgdheid is, iets wat we misschien niet willen voelen.
Het is goed om menselijk te zijn – het is zelfs onvermijdelijk. En het is geen probleem! Mensen denken vaak dat ze om spiritueel te zijn hun menselijkheid op de een of andere manier moeten overstijgen. Maar in werkelijkheid is het tegenovergestelde waar. Door ons echt open te stellen voor het mysterie omarmen we onze menselijkheid, worden we waarlijk mens. We mogen mens zijn van onszelf; en evenzo staan we anderen toe dat ze mens zijn en worstelen, en waar ze verder nog doorheen moeten. Soms is het niet zo gemakkelijk anderen hun gevecht toe te staan, vooral niet als we van hen houden. Maar dat is wat mededogen werkelijk betekent – toelaten wat is. Dat wil zeggen anderen laten leven zoals ze leven, hen hun eigen weg laten vinden.
De waarheid maakt ons vrij. Dit mysterie dat we zijn bevrijdt ons van de ego-identiteit, niet ons gevecht om vrij te zijn. Het enige dat je hoeft te doen is luisteren, observeren en voelen wat er nu is en er geen conclusies uit trekken. Of als er toch conclusies komen, ze herkennen als conclusies en ze betwijfelen: zijn deze conclusies werkelijk waar? Natuurlijk weet je altijd of je verstrikt bent in je conclusies omdat je je dan verkrampt of afgescheiden, rusteloos of geagiteerd voelt. Maar dat geeft niet – hoe het ook met je is, dat is goed. Alles wat er gebeurt zal je naar vrede voeren, zolang je er werkelijk bij kunt blijven. Luister dus naar wat er is, niet naar een of andere leer of leraar. Schenk slechts aandacht aan wat is.
Uiteindelijk valt het geworstel vanzelf van je af. We hoeven het niet op de een of andere manier te laten verdwijnen. Op een dag besef je dat het van je afgevallen is. Vaak is het verstand hier zeer verbaasd over. Het verstand is de laatste die het snapt. Het wil de eerste zijn, natuurlijk. Het wil de verzekeringspolis – het wil alles van te voren controleren en zich ervan verzekeren dat er geen risico aan dit hele loslaten verbonden is!
Recensie
InZicht
tijdschrift voor non-dualiteit en zelfonderzoek
Het is alsof je door een snoepwinkel loopt en alles lekker vindt wat er ligt. Zo verging het mij tijdens het lezen van Alledaagse vrijheid van John Bernie. Het boek leest heerlijk weg, je kan er als het ware in verwijlen.
Sommige stukken zijn heel pakkend geschreven en vragen erom herlezen te worden.
Wat tekenend is voor dit boek, en wat Adyashanti in het voorwoord ook zo mooi benoemt, is “dat geen enkel onderdeel van de menselijke ervaring ontkend wordt. Er zit juist een open aanmoediging in om onze hele ervaring als mens erbij te betrekken en te omarmen, als middel om het onbegrensde fundament van het bestaan te ontdekken waarbinnen onze hele ervaring zich voltrekt.”
Het boek bestaat uit teksten en uitgeschreven satsangdialogen. Bernie bespreekt spirituele begrippen in alledaagse taal. Hij schrijft over vrijheid, hier zijn, aandacht, stilte. Het enige wat je in zijn ogen hoeft te ‘doen’, is beschikbaar zijn en dat vol te houden, ook als er (oer)weerstand opkomt. Op verschillende plekken in het boek legt hij de nadruk op het feit dat je al vrij bent: “Vrijheid is evenwicht. Dat weet je! Je weet het al – je bent het al. Je hoeft het niet te worden. Je moet alleen uitzoeken hoe je dat weten naar de voorgrond kunt laten komen; en hoe je je erdoor naar huis moet laten leiden. Dat is alles.”
Een ander onderwerp dat in boeken over non-dualiteit vaak aan de orde is, is het ego. Dat functioneert volgens Bernie als beschermende identiteit, maar naarmate we vertrouwder worden met onze ware aard, vindt het loslaten van die identiteit vanzelf plaats. In het kader hiervan omschrijft hij opkomende emoties als een beweging, als energie die stroomt, als goedbedoelde pogingen van het ego om ons veilig en zeker te maken. Maar echte zekerheid is alleen mogelijk als we de identiteit loslaten die zich zeker wil voelen. Het enige dat ons weerhoudt vrij te zijn, is dat wat we (vaak onbewust) vermijden. En juist dat probeert zich voortdurend te tonen.
Ook het functioneren van het denken komt in dit boek aan de orde. Van deze auteur hoef je je denken niet te stoppen. Laat het denken maar denken, is zijn devies. In plaats van je energie en aandacht in het denken te steken, richt je ze op het voelen. Want als het denken als lijden wordt ervaren, is er tegelijkertijd sprake van het vuur, de energie van het gevoel. Zijn pleidooi wordt heel leuk verwoord in de volgende one-liner: “You can get more stinkin’ from thinkin’ than you can from drinkin’ – but to feel is for real”.
Bernie bespreekt ook onderwerpen waar niet vaak over gesproken wordt, zoals de overdracht van de non-duale boodschap. Wat gebeurt er nu precies op een satsang? Is het de dialoog die relevant is, of de sfeer die in de ruimte hangt? Zelf zegt hij daarover: “Laat gebeuren wat er gebeurt, of er een verbale uitwisseling is of niet.” De schrijver gaat er vanuit dat er geen leraren zijn, alleen leerlingen. Zelf is hij is zo speels en open als maar weinig leerlingen durven zijn.
Een stukje dat ik erg mooi vind, gaat over loslaten, uit de kramp komen, en de angst die daarbij (vele malen) op kan treden. Loslaten kan aanvoelen als rouw als het een sterke emotionele lading heeft. Je voelt je gewoon verloren en merkt toch dat er iets heel ontroerends, heel waars is aan dat gevoel van verloren zijn. Zoals angst de keerzijde is van moed, is je verloren voelen de keerzijde van thuiskomen.
In het boek wordt duidelijk dat Jon Bernie kennis heeft genomen van vele invalshoeken om het onzegbare uit te drukken. Byron Katie, Atmananda en Jean Klein zijn te herkennen in zijn taalgebruik, naast elementen uit mindfullness. Het zijn vooral zijn openheid en zijn eenvoudige manier van verwoorden die je raken. Dit boek is een aanrader als je op zoek bent naar een alledaagse verwoording van dat waar niet over gesproken kan worden.
Lucy Auch, Tijdschrift InZicht


